SchOOLwiki

zoekopdracht

De zorg voor kwaliteit

Inleiding

Het gaat er om dat uw kind goed onderwijs krijgt. Wij werken voortdurend aan de verbetering van de onderwijskwaliteit op onze school. Het is ons streven dat alle kinderen terechtkomen op die plek in het voortgezet onderwijs die het beste aansluit bij zijn of haar capaciteiten. Om onze kwaliteit in kaart te brengen maken wij gebruik van diverse diagnose-instrumenten die inzicht geven in de sterke en minder sterke punten van onze school. Een van deze instrumenten is een tevredenheidspeiling die wij het schooljaar 2013-2014 onder de ouders, leerlingen en collega’s van onze school hebben gehouden. In het schooljaar 2016-2017 zullen wij net als vorig schooljaar aan de slag gaan met de verbeterpunten vanuit deze peiling. Dat waar een ieder tevreden over was zullen wij borgen. Onze leerlingen worden structureel en systematisch gevolgd middels observaties, methode gebonden toetsen en de toetsen uit het CITO leerlingvolgsysteem. Het leerlingvolgsysteem speelt een belangrijke rol bij de kwaliteitszorg van de school. Hiermee kunnen we allereerst zien hoe ieder kind zich ontwikkelt. Ook kunnen we nagaan hoe de prestaties van een hele groep of de gehele school zich verhouden tot andere groepen of scholen.

Kwaliteit
Alle scholen verschillen van elkaar. Ze verschillen in werkwijze, uitgangspunten, sfeer en resultaten. Kortom ze verschillen in kwaliteit. Er bestaan vele meningen over wat de kwaliteit van een school nu eigenlijk inhoudt. Wij vinden dat daar in elk geval bij horen:

• De leerprestaties. Slaagt een school erin om bij alle kinderen dat eruit te halen wat er in zit?;
• De sociaal-emotionele ontwikkeling. Besteedt een school aandacht aan zaken als werkhouding, concentratie, omgang met anderen en motivatie e.d.;
• Het werk van de leerkracht in de klas. Hoe wordt er lesgegeven, hoe wordt er rekening gehouden met verschillen en hoe worden kinderen gestimuleerd;
• De sfeer in school. De inzet en het plezier in werk bij het team, gevoelens van veiligheid bij kinderen, de samenwerking tussen school en de ouders.

Bij onze zorg voor kwaliteit richten we ons als school op al de hier boven genoemde zaken. We zullen er kort op ingaan.

De leerprestaties

Na de basisschool moet een kind naar die vorm van onderwijs gaan, waar het, het meest geschikt voor is. De Vuurtoren zorgt hiervoor o.a. door:

• Het werken met methoden die uitgaan van doorlopende leerlijnen, die voldoen aan de kerndoelen, die inspelen op de referentieniveaus en het werken met de juiste materialen;
• Het werken volgens de 1 zorgroute (3 instructieniveaus, groepsplannen, enz.);
• Het werken met een ontwikkelingsperspectief (OPP) daar waar nodig;
• Het nauwkeurig volgen van de vorderingen van elk kind (zowel de methoden gebonden toetsen als de methoden onafhankelijk toetsen (LOVS) en de sociaal emotionele ontwikkeling (SCOL);
• Het mede verantwoordelijk maken van kinderen en ouders voor het ontwikkelingsproces van de leerlingen;
• Deelname aan de CITO eindtoets in april.

Aandacht voor het niveau van taal- rekenonderwijs

Wij hebben drie jaar deelgenomen aan het Focus traject van de universiteit van Twente waarbij er veel aandacht is besteed aan het opbrengstgericht werken bij de vakken rekenen, spelling en begrijpend lezen. Niet alleen door deelname aan Focus maar ook door deelname aan opbrengstgericht leiderschap en scholing in het kader van continu verbeteren spelen wij steeds beter in op de onderwijsbehoefte(n) van onze leerlingen. In het kader van professionalisering zijn er binnen ons team specialisten opgeleid op het gebied van rekenen en taal/lezen. Zij ondersteunen de collega’s indien nodig bij knelpunten in ons taal- en rekenonderwijs en zijn mede verantwoordelijk voor het taal- en rekenbeleid. De aandacht op school gaat vooral uit naar het verhogen van de opbrengsten en het verbeteren van ons onderwijs op het gebied van taal, lezen en rekenen. Het afgelopen schooljaar volgden alle teamleden een scholing gericht op het rekenonderwijs. Vanaf het schooljaar 2015-2016 zetten wij de datamuur en het leerlingportfolio structureel in bij ons taal- en rekenonderwijs.

Aandacht voor opbrengstgericht werken

Opbrengstgericht werken is bij ons op school het systematisch en doelgericht werken aan het maximaliseren van de prestaties van de leerlingen. We kijken dan naar:

• Wat willen wij? (visie, doelen, data gestuurd onderwijs, passendonderwijs);
• Hoe volgen wij leerlingen (welke resultaten verzamelen wij, welke resultaten analyseren wij, hoe analyseren wij, hoe bespreken wij de resultaten en hoe informeren wij derden);
• Hoe werken wij aan de verbetering van resultaten? (hoe stellen wij onze doelen bij, wat doen wij met ons aanbod, hoeveel (extra) tijd plannen wij, hoe verbeteren wij het lesgeven, wat doen wij aan klassenmanagement, hoe verbeteren wij de differentiatie);
• Wat weten wij? (van onze leerlingen, onze normen, de inspectienormen, directe instructie, convergente differentiatie, succesvolle praktijken, de leerlijnen taal en rekenen en van wat wij als team kunnen?);
• Hoe werken wij aan een professionele cultuur en samenhang? (hoe verdelen wij de taken, hoe ondersteunen wij elkaar, hoe scholen wij ons zelf, hoe spreken wij elkaar aan, welke relaties leggen wij met andere vakken?).

 

Naast de individuele doelen die leerlingen zich stellen worden er middels een datamuur ook groepsdoelen voor gedrag, rekenen en taal/lezen volgens een vast proces vastgelegd. Kinderen spreken samen af aan welk doel zij de komende periode met de hele groep gaan werken en wat zij daarvoor nodig denken te hebben. Na afloop van een vooraf afgesproken periode evalueert de groep of zij het doel behaald hebben, hoe dat zo gekomen is en wat het volgende doel wordt.

Kinderen die moeite hebben met bepaalde vakken of onderdelen daaruit krijgen een verlengde instructie waardoor ook zij zich met behulp van begeleide inoefening de lesstof eigen kunnen maken.

Vier keer per jaar worden de groepen door de leerkrachten besproken met de IB-er en de directeur tijdens de OGW gesprekken. We beschrijven de zorgsignalen van de groep en de individuele leerling en bepalen de onderwijsbehoeften. Twee keer per jaar wordt er een leerlingenbespreking gehouden.

De IB-er, de directie en de coördinatoren gaan minimaal twee keer per jaar op groepsbezoek. De bevindingen betreffende deze bezoeken worden besproken met de desbetreffende collega en indien nodig ook in teamverband. Ook vinden er volgens planning collegiale consultaties plaats.

Aan het begin van het schooljaar is de toetskalender gemaakt en is er een jaarplanning spelling en rekenen. Op deze planningen en deze kalender staat precies vermeld wanneer de toetsen worden afgenomen, geanalyseerd en besproken, wanneer de nieuwe groepsplannen af moeten zijn en de oude groepsplannen geëvalueerd moeten zijn.

De school zorgt ervoor dat kinderen zich vanuit hun eigen mogelijkheden kunnen blijven ontwikkelen. Om de kinderen hierbij te ondersteunen heerst er een schoolklimaat waarin opvoeding en onderwijs samengaan. De school legt verantwoording af aan het bestuur en de inspectie. Twee keer per jaar moeten de scores van de CITO toetsen, middels een vast format, aangeleverd worden bij ons bestuur. Tijdens het Marap (management rapportage) gesprek legt de school verantwoording af aan ons bestuur. Daarnaast legt de directeur verantwoording af aan het bestuur middels een kwaliteitsgesprek.

De sociaal-emotionele ontwikkeling

Niet alleen schoolprestaties zijn van belang. De school heeft naar onze mening ook een belangrijke taak in de totale ontwikkeling van het kind als persoon. Aan deze ontwikkeling dragen we op De Vuurtoren bij door:

• Een dagelijkse positieve omgang met de kinderen;
• Het consequent hanteren van regels en afspraken;
• Het bieden van structuur en veiligheid;
• Het structureel voeren van gesprekken met ouders en kinderen;
• Het gebruik maken van een methode voor sociaal/emotionele ontwikkeling;
• De sociaal/emotionele ontwikkeling van kinderen volgen middels de SCOL.

Het werk van de leerkracht in de groepen
De mensen die op een school werken zijn nog veel belangrijker dan de methoden en de materialen. Zij moeten er immers voor zorgen dat al die mooie boeken en speelmaterialen en leermaterialen ook goed gebruikt worden. Nieuwe ontwikkelingen worden op de voet gevolgd. Jaarlijks wordt er veel geld en energie gestoken in de scholing van de leerkrachten. Dit gebeurt in de vorm van teamscholing en/of individuele scholing. Hiervoor worden wanneer mogelijk aan het begin van het schooljaar de studiedagen gepland. Goed onderwijs geven vraagt om goede leerkrachten. Reflectie op eigen handelen en goede scholing blijven nodig om dit te bereiken.

Leerkrachten moeten duidelijke instructie geven en controleren of de leerlingen de aangeboden leerstof en opdrachten ook echt begrepen hebben. Het didactisch handelen van onze leerkrachten is afgestemd op de onderwijsbehoeften en de mogelijkheden van de groep leerlingen als geheel en het individu in het bijzonder. Onze leerkrachten houden rekening met niveauverschillen bij de instructie en stimuleren onze leerlingen hun werk te controleren. Na afloop van ieder blok rekenen worden er indien nodig feedbackgesprekken met de leerlingen gehouden en worden er nieuwe doelen gesteld. Ook zorgen onze leerkrachten ervoor dat de geplande onderwijstijd effectief wordt besteed. Zij variëren de hoeveelheid leertijd voor de leerlingen afhankelijk van hun onderwijsbehoeften en zorgen voor een ordelijke en functionele leeromgeving.

Het pedagogisch klimaat op school -PBS

In de school gaan teamleden positief met leerlingen, ouders en elkaar om. Wij willen dat alle kinderen zich op school veilig en vertrouwd voelen. We leren kinderen respectvol om te gaan met zichzelf, elkaar en de school. Kinderen zijn te vertrouwen, vriendelijk, behulpzaam en op een leuke manier grappig of stoer. Ook leren we dat het belangrijk is betrouwbaar te zijn, samen te kunnen werken en zelfvertrouwen te hebben. Zo creëren we met elkaar een fijne plek voor alle kinderen.

Wij creëren bovenstaande middels Positive-Behaviour-Support. Dit is een doelmatige, schoolbrede aanpak die zich richt op het versterken van gewenst gedrag en op het voorkomen van probleemgedrag. Het doel is het creëren van een positieve, sociale omgeving, die het leren bevordert en gedragsproblemen voorkomt. Er wordt gewaakt over de veiligheid van leerlingen, ouders en collega’s door middel van duidelijke gedragsregels en omgangsregels die zijn vastgelegd.  Naast de schoolregels hanteren we ook regels per groep. Deze regels worden opgesteld door leerkrachten en leerlingen samen en zijn zichtbaar opgehangen in het lokaal. Onze leeromgeving is functioneel en ordelijk. Wij bevorderen het onderlinge respect bij de leerlingen en tonen in gedrag en taalgebruik respect voor de leerlingen. Wij stimuleren bij leerlingen de ontwikkeling van zelfstandigheid en het nemen van eigen verantwoordelijkheid.

In de visie van onze school staat onder meer dat we gaan voor veiligheid en respect. Dit dragen we als leerkrachten uit door het goede voorbeeld te geven aan kinderen en ouders. Kinderen en ouders met verschillende achtergronden moeten zich op onze school thuis kunnen voelen. Respect voor elkaar is daarbij een voorwaarde. Wij doen een beroep op het verantwoordelijkheidsgevoel van kinderen, leerkrachten en ouders. Samen zorgen we voor een fijne school en ieder draagt daar op zijn of haar manier aan bij. De leerkrachten spelen daarbij een grote rol. Zij scheppen samen met de kinderen voor een groot deel de sfeer. Leerkrachten zijn zich bewust van hun voorbeeldfunctie naar kinderen en zetten zich in om een positief contact te hebben met de kinderen en hun ouders. We accepteren geen brutale monden van kinderen onderling of van kinderen naar ouders, maar ook niet van ouders naar andere kinderen en naar leerkrachten en ook wij benaderen ouders en leerlingen met respect. We gaan meteen in gesprek als men zich niet aan de gemaakte en beschreven afspraken houdt. Dit doen we zowel met kinderen als met ouders/verzorgers of andere volwassenen. Een dergelijk gesprek kan plaatsvinden met een leerkracht, de IB-er of met de directie. Bij conflicten tussen kinderen zijn wij de mediator die objectief luistert naar de verhalen van leerlingen die een conflict met elkaar hebben. Door leerlingen te laten vertellen en inzien wat er gebeurd is, komen ze meestal zelf tot de oplossing van het conflict.

Om nog beter invulling te geven aan het pedagogisch klimaat maken we gebruik Zien in de klas. Zij hebben het afgelopen schooljaar lessen gegeven om de sfeer in groepen te verbeteren en leerlingen daar mede verantwoordelijk voor te laten worden. Ook dit schooljaar zullen zij weer bij ons op school aanwezig zijn. Ook maken wij gebruik van onderdelen uit de Kanjer training en oriënteren we ons op een methode die nog beter aansluit bij PBS. Daarnaast brengen wij de leerlingen op sociaal emotioneel gebied in kaart met de SCOL en worden de SET, TFI en de Veiligheidsmonitor afgenomen in het kader van een onderzoek naar PBS. Wij voeren twee keer per jaar de gegevens in Scol in en maken dan een analyse. Daarna gaan we aan het werk met de gegevens die uit deze analyse, de SET, de TFI en de Veiligheidsmonitor naar voren komen.

Soms komt het voor dat kinderen grenzen overschrijden. Wij hebben als team vastgesteld dat wij niet accepteren dat kinderen elkaar uitlachen, buitensluiten, schoppen, slaan, uitschelden of pesten. Ook verwachten we dat kinderen zorgvuldig omgaan met het materiaal in en om de school. Als kinderen de grens overschrijden zal de leerkracht het gedrag met de leerling en indien nodig ook met de ouders bespreken. Wij maken gebruik van een registratieformulier waarop wij opvallend gedrag noteren. Vanaf het schooljaar 2016-2017 is er afgesproken wat wij registreren, wanneer wij registreren, wanneer wij analyseren en zullen we aan de hand van de registratie ook vervolgstappen vastleggen. Het format van registratieformulier is terug te vinden in ons Veiligheidsbeleidsplan. Het Pest protocol is niet aangepast op PBS. Dit pakken we in het schooljaar 2016-2017 op. Samen stellen wij indien nodig een leerling gebonden plan op waarin vastgesteld wordt wat er moet gebeuren om het gedrag te verbeteren. De leerkracht volgt samen met de ouders het kind tot het ongewenste gedrag is verdwenen. Mocht dit niet lukken dan volgt schorsing of verwijdering.